-A A +A

Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Vier nieuwe bondgenoten bij internationale munitieprojecten

Vier nieuwe bondgenoten bij internationale munitieprojecten

 

Twee internationale initiatieven in de munitiesector verwelkomden op 26 juni beide twee nieuwe bondgenoten tijdens de bijeenkomst van defensieministers in het NAVO-hoofdkwartier in Brussel. Voor de twee succesvolle projecten die de aankoop en opslag van munitie eenvoudiger en goedkoper willen maken, is dit de zoveelste uitbreiding.

Voor de Land Battle Decisive Munitions (LBDM), waarover België de leiding heeft, komen het Verenigd Koninkrijk en Kroatië erbij. Het LBDM-project kon al rekenen op zestien NAVO-bondgenoten: België, Denemarken, Estland, Duitsland, Frankrijk, Italië, Letland, Litouwen, Montenegro, Nederland, Noorwegen, Polen, Portugal, Slovakije, Slovenië en Spanje, aangevuld met de drie partnerlanden Oostenrijk, Finland en Noord-Macedonië.

Dit creëert een samenwerkingsverband voor de verwerving en het stockbeheer van landmunitie. Naast een meer voordelige aankoopprijs, door de vraag te bundelen, wil het project het voor de landen eenvoudiger maken om hun munitievoorraden te delen. In januari, slechts zes maand na de ondertekening van de eerste overeenkomst, ontvingen Nederland, Frankrijk en Denemarken al hun eerste lading anti-tankmunitie die met het LBDM-framework werd aangekocht.

Het initiatief Air-to-Ground Precision Guided Munition (A2G-PGM) telt elf bondgenoten: België, Tsjechië, Denemarken, Griekenland, Hongarije, Nederland, Noorwegen, Polen, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk, plus het partnerland Finland. In dit initiatief stappen Italië en Slovakije mee aan boord. Naast het aantal leden breidt ook het spectrum zich uit tot alle geleide munitie die bemande of onbemande gevechtsvliegtuigen in de lucht kunnen afvuren.

De deelnemers aan dit internationale initiatief hebben in augustus 2018 al de eerste munitieleveringen ontvangen. Daarbij lag de aankoopkost per eenheid ongeveer 15 tot 20 procent lager dan oorspronkelijk geschat. In maart van dit jaar toonde het project aan dat het de tijd om munitie tussen de deelnemers over te brengen aanzienlijk kan verkorten: van maanden naar slechts enkele dagen. Dat was mogelijk door een nieuw proces in te voeren om technische en juridische obstakels te verminderen.

“Deze initiatieven verplichten de deelnemers tot niets, maar bieden een breed scala aan aantrekkelijke mogelijkheden”, vertelt Pascal Heyman, de permanente vertegenwoordiger voor België bij de NAVO. “Dankzij beide initiatieven kunnen de deelnemers profiteren van de prijsconsolidatie en van andere voordelen die inherent zijn aan een multinationale aankoop.”

Omwille van die voordelen heeft België samen met zeven andere landen tijdens de NAVO-vergadering van Defensieministers het Memorandum of Understanding (MOU) voor Maritime Battle Decisive Munition ondertekend. Zo kunnen ze op maritiem gebied dezelfde doelstellingen bereiken. “Er is dus geen enkele reden om niet toe te treden”, besluit Heyman.