-A A +A

Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Samenwerking met onze Afrikaans marinepartners

Samenwerking met onze Afrikaans marinepartners

 

Als je schepen en militairen inzet om van MCB (Maritime Capability Building) een succesverhaal te maken, is het belangrijk om te weten of onze Afrikaanse partners onze inzet appreciëren. Een vraag die gezien ons koloniaal verleden niet altijd gemakkelijk te achterhalen is. We kregen vandaag het voorrecht om twee belangrijke believers te ontmoeten van die uitstekende en constructieve samenwerking.

We werden uitgenodigd om de stafchef van de Beninse marine, kapitein-ter-zee Albert Ezin Badou, te ontmoeten. Daarbij vroegen we de kolonel naar zijn persoonlijke visie over de maritieme samenwerking, de noodzaak van een marine voor een land, de samenwerking tussen de havens van Cotonou en Antwerpen en de dreigende piraterij voor zijn en de hele West-Afrikaanse kust.

De stafchef is vol lof over de samenwerking tussen de Beninse en Belgische marine. Hij is terecht trots dat zijn leerlingen tijdens de voorbije operaties African Partnership Station (APS) en MCB konden inschepen aan boord van het commando- en logistiek steunschip A960 Godetia. Hij kijkt dan ook uit naar de volgende periode waarin de Godetia de kust van West-Afrika aandoet. De interactie tussen de beide marines is voor hem primordiaal en toont aan hoe een internationale samenwerking tussen verschillende marines bijna onmiddellijk tot resultaten leidt.

Naast de uitstekende militaire samenwerking tussen Benin en België, benadrukt de kolonel ook de impact van de economische samenwerking. De samenwerking tussen de havens van Cotonou en Antwerpen resulteerde op korte tijd in een belangrijke economische meerwaarde. Sinds een jaar levert de haven van Antwerpen expertise om bepaalde maritieme activiteiten te runnen. Daardoor gaat de toevoer van stukgoederen en containers in de haven in stijgende lijn. Ook hier heeft België en vooral de haven van Antwerpen bijgedragen aan de vooruitgang van de haven van Cotonou, wat ze daar erg appreciëren.

Maar ze blijven niet bij de pakken zitten. Sinds 2011 is de piraterij toegenomen en heeft die dreiging zich meer bepaald verplaatst van de Hoorn van Afrika naar de Golf van Guinee. Daarom hebben de marines van Benin, Togo en Nigeria samenwerkingsakkoorden gesloten om samen te oefenen en vooral gemeenschappelijke procedures op te stellen om de piraterij een halt toe te roepen.

Benin ligt trouwens aan de basis van een VN-resolutie over het bestrijden van de piraterij. Sinds die resolutie was het tussen 2013 en 2017 eerder rustig voor de West-Afrikaanse kusten, maar spijtig genoeg is er sinds 2018 een opflakkering van het geweld in de regio.

Sinds het akkoord is de aanpak van de georganiseerde criminaliteit niet meer de verantwoordelijkheid van één land. De inzet van de drie Afrikaanse marines, gecombineerd met de steun van de Franse marine en US Coast Guard en het opleidingsprogramma van de Belgen, zorgt ervoor dat ze samen sterker zijn en een krachtig weerwoord kunnen bieden. Benin beseft dat er zonder veilige scheepvaart geen economische groei kan bestaan. Of zoals wij het stellen: no shipping, no shopping.

Uiteindelijk antwoorde de stafchef nogal sceptisch op onze laatste vraag. Hij beseft dat de operationele en technische middelen niet altijd relevant zijn voor het aantal aanvallen van piraten. Marines kosten nu eenmaal handenvol geld en de publieke opinie en de politiek is niet altijd van haar meerwaarde overtuigd. Enkel bij een daadwerkelijke dreiging, zoals de recente kaping van een Russisch containerschip voor de haven van Cotonou, wordt de publieke opinie en bij uitbreiding de politieke wereld wakker geschud over de noodzaak van snel inzetbare schepen.

In 2012 kocht de Beninse marine drie Franse patrouilleschepen aan en voegde ze twee Chinese patrouilleschepen aan de vloot toe. Toch is het een blijvende uitdaging om de schepen en hun bemanningen operationeel te houden. Marineschepen dienen nu eenmaal om op zee te varen.

Naast training en opleiding ter plaatse is het heel belangrijk dat onze Beninse collega's bij het Belgisch MOST-team leren werken. Zo kunnen ze onze werkwijze uit eerste hand ervaren en die werkwijze omzetten naar hun eigen operationele opdrachten.

Tijdens ons verblijf ontmoetten we majoor (oppermeester-chef) Nestor Coovi. Hij werd al tweemaal bij het Belgische MOST-team ingezet en waardeert erg de werkwijze van de Belgen. De integratie in onze ploeg vindt hij geweldig.

Hij begon zijn loopbaan bij de Beninse landmacht in 1985. Al snel had hij door dat hij de roep van de Marine niet kon weerstaan en in 1987 vroeg hij een overplaatsing aan. Hij werd uiteindelijk elektro-mecanicien en verantwoordelijk voor de bedrijfsveiligheid op de marinebasis van Cotonou. Zijn ultieme droom is om ooit België te bezoeken en actief deel te nemen aan de opwerking van een mijnenbestrijdingsvaartuig of patrouilleschip.