-A A +A

Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Het echte werk

Het echte werk

 

Terrorisme, gewelddadig extremisme en allerhande vormen van criminaliteit zoals piraterij verstoren niet alleen de internationale rechtsorde. Ze bedreigen ook rechtstreeks de stabiliteit in West-Afrika. Benin is een strategische partner van België en heeft een belangrijk ankergebied voor haar kust. Daarom is het belangrijk dat zijn marine die dreigingen op gepaste wijze het hoofd biedt.

Om die dreiging te weerstaan, beschikt de Beninse Marine over twee radarinstallaties: één in Cotonou en één in Grand-Popo. Die bewaken de kustlijn van 125 km en monitoren alle scheepsbewegingen. De marine beschikt bovendien over ongeveer 500 man, waaronder een belangrijk contingent marinefuseliers. Bovendien heeft het naast drie patrouilleschepen van Franse makelij die een snelheid halen van 30 knopen, ook twee Chinese patrouilleschepen.

Die belangrijke middelen zijn noodzakelijk om de reële dreiging te counteren. Begin dit jaar nog werden in de Golf van Guinee zes Russische bemanningsleden van de MSC Mandy gegijzeld en ontvoerd voor losgeld. Van de 24 bemanningsleden werden er zes meegenomen, waaronder de kapitein. De overige bemanningsleden werden in veiligheid gebracht.

Training op zee is essentieel om dit niveau van inzetbaarheid te bereiken. Het Belgische team voor Mine Countermeasure Vessels Operational Sea Training (MOST) plaatst dan ook daadwerkelijk de bemanningen in realistisch gesimuleerde situaties op zee.

Voor ze naar het ankergebied vertrokken, gaf de commandant van het schip zijn gemotiveerde bemanning een overzicht van de acties bij bepaalde incidenten. Hij stelde zijn bemanning voor aan het MOST-team want een goede samenwerking tussen beide landen is voor deze training van groot belang.

Eenmaal aan boord werden de meerposten omgepraaid en begon het MOST-team met de nodige controles aan boord. Het team bekeek alles: veiligheidsmiddelen, navigatieapparatuur, motoren en vertrekprocedures. Ook alle parameters aan boord van het patrouilleschip werden tot het uiterste getest.

Eens op zee stoomde het schip richting ankergebied, een ideaal jachtterrein voor piraten. Het patrouilleschip laveerde tussen een twintigtal zeereuzen die voor anker lagen voor de haven van Cotonou, wachtend op hun volgende lading.

Bij piraterij is het doel om een schip te overvallen op volle zee of wanneer het voor anker ligt en de bemanning, het schip en de lading te gijzelen voor losgeld. Dergelijke aanvallen gebeuren meestal met kleine, snelle vaartuigen of door kleine mijnen te plaatsen tegen schepen voor anker.

Naast de patrouilleopdracht werd een 'man overboord' gesimuleerd. Na de klassieke procedure werd de overboord gevallen kok binnen de vier minuten uit het water gehesen. Zodra de staat van de drenkeling was gecontroleerd, werd eerste hulp toegediend.

Dit incident werd gevolgd door een black-out van het volledige schip. Alweer een simulatie om de alertheid van de bemanning te testen. Alle navigatiemiddelen vielen uit, het schip maakte water en uiteindelijk besliste de commandant om het schip te verlaten.

De vaardag eindigde met een geblokkeerd roer, waardoor het schip stuurloos op zee ronddobberde. Onmiddellijk werd het noodroer geactiveerd en voer het schip manueel de haven van Cotonou binnen.

Na die intensieve en leerrijke dag, gaven de MOST-evaluatoren de voltallige bemanning een debriefing. Toevallig vond er bij het aanmeren een aanstellingsplechtigheid van nieuwe kwartiermeesters plaats op de basis.