-A A +A

Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

A few good men

A few good men

 

Met de herdenkingen van de bevrijding van België, herdacht de Marine op 6 oktober de 75ste verjaardag van de thuiskomst van de Motor Mine Sweepers (MMS) 43, 77 en 191 – deel uitmakend van de 118th Motor Minesweeper Squadron – vanuit Harwich (UK). Die schepen waren een onderdeel van de Royal Navy Belgian Section.

Door een Brits admiraalsdecreet (First Sealord) van 3 april 1941 kregen Belgen de toelating om bij de Britse Marine in te lijven onder de noemer Royal Navy Belgian Section. Een herinneringsplaat aan de kazerne Bootsman Jonsen en een monument aan de Visserskaai in Oostende herinneren aan hun heroïsche campagnes tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Spijtig dat weinig mensen weten dat ook Belgische vissers, officieren en matrozen van de staatsmarine en veel onbekende burgers deelnamen aan die maritieme opdrachten, die van cruciaal belang waren voor de bevrijding van Europa.

In de vroege ochtenduren van 10 mei 1940 begon nazi-Duitsland het westelijk offensief tegen België, Nederland, Luxemburg en Frankrijk. Zijn pantsers slaagden erin om zonder te veel moeilijkheden door de Ardennen te stoten en bereikten Sedan op 14 mei. De nieuwe Britse regering, onder leiding van Winston Churchill, besefte dat haar expeditieleger in de val zat op de Franse stranden van Duinkerke. Adolf Hitler, die met zijn pantsers Gravelines innam, besliste op 24 mei een Haltbefehl. Door de snelle opmars van zijn troepen vreesden hij en zijn commando dat de bevoorrading niet tijdig bij zijn pantsers zou toekomen en hij nam het zekere voor het onzekere.

Die opportuniteit greep Winston Churchill met beide handen. Hij liet zijn expeditieleger samen met Franse en Belgische troepen evacueren. De operatie Dynamo kon van start gaan. Door de inzet van tal van militaire en burgervaartuigen, waaronder 56 Belgische sleep- en vissersboten opgevorderd door de Britse admiraliteit, werden meer dan 250.000 militairen van het krijgsgevangenschap gered.

In totaal gingen 243 schepen verloren, waaronder vier Belgische vaartuigen. De Belgische vloot kon 5.000 man redden van de stranden. Vermeldenswaard is dat veertien schepen van de Antwerpse Unie van Redding en Sleepdienst het Franse oorlogskruis met zilveren ster ontvingen.

Bovendien reikte de Britse regering verschillende eervolle onderscheidingen uit voor het heroïsche Belgische optreden tijdens de evacuatie van militairen uit de Dunkirk pocket. Door die evacuatie vervoegden een handvol onverzettelijken Groot-Brittannië om de strijd verder te zetten aan de zijde van de geallieerden. Na de capitulatie van België vertrokken naar schatting 1.400 mannen van de Belgische vissersvloot naar Groot-Brittannië.

Vanaf september 1940 werd op initiatief van luitenant Victor Billet van de Staatsmarine een Belgische sectie van de Royal Navy opgericht. De officieren en de zeelieden van die sectie bemanden twee korvetten (de Buttercup en de Godetia), het 118de Flottielje Mijnenvegers en drie patrouillevaartuigen: de Phrontis, de Elektra en de Kernot.

Op 16 april 1941, amper vijftien dagen na de oprichting van de Belgian Section, werd Victor Billet overgeplaatst naar de torpedojager HMS Briljant. Op 19 augustus 1942 verloor Victor Billet in Frankrijk het leven tijdens de raid van Dieppe, aan boord van zijn landingsvaartuig LCTI 59. De nieuwe eenheid kwam onder het bevel van luitenant Georges Timmermans, oud-gezagvoerder van de pakketboot Princess Marie-José. Hij werd nadien de eerste commodore van de Zeemacht, opgericht op 1 februari 1946 door een decreet van prins Karel, regent van België.

De twee korvetten maakten tot december 1944 deel uit van de Atlantische konvooibeschermingsgroep. Vanaf de eerste dag van de landing in Normandië waren ze bovendien voor de kust aanwezig. Het 118de Flottielje Mijnenvegers keerde terug naar Oostende op 5 oktober 1944. De mijnenvegers begonnen onmiddellijk de vaarroutes voor onze kust schoon te vegen om de landing op het eiland Walcheren voor te bereiden. Nadien hielpen ze de Schelde vrij te maken. Op 28 november 1944 voeren ze Antwerpen binnen aan het hoofd van het eerste bevoorradingskonvooi.

Hoewel het merendeel van de Belgische zeelui deel uitmaakte van de Belgische sectie van de Royal Navy, scheepten een groot aantal officieren, onderofficieren en matrozen ook in op schepen van de Royal Navy zelf. Eens terug in eigen land werkten zij aan de heroprichting van de Belgische marine.

Nu België zijn soevereiniteit herwonnen had, was zijn marine zelf verantwoordelijk om de vaarroutes in de territoriale wateren te ontmijnen en schoon te vegen. Bovendien moesten ze de koopvaardijschepen demagnetiseren die onze havens binnenvoeren. Daarnaast kwamen de vooroorlogse opdrachten van de administratie van de Marine weer aan de orde: visserijwacht, kustbewaking, redding op zee en beteugeling van overtredingen. Dankzij dat handvol onverzettelijken werden wij van het nazi-juk bevrijd. De heropbouw kon beginnen.

Van de Royal Navy Belgian Section zijn vandaag amper drie leden nog in leven: Pieter Coussaert, André Vantorre en Ludo de Vleeshauwer. Alledrie waren ze aanwezig op de plechtigheid, waar het Oostendse stadsbestuur hen in de bloemetjes zette. Laat ons de donkere pagina's van onze geschiedenis niet vergeten. We will remember them.