-A A +A

Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Een zeer ongewone werkruimte

Een zeer ongewone werkruimte

 

De Marinebasis opent maar om de twee jaar haar deuren voor het grote publiek tijdens de traditionele Navy Days. Niettemin trekt een van de grootste onderhoudsloodsen van België de aandacht van vele bezoekers aan de haven van Zeebrugge. Niemand weet dat achter de grote blauwe schuifdeuren een hoop spitstechnologie schuilgaat.

Op de marinebasis in Zeebrugge wordt een groot aantal schepen van de Belgische en de Nederlandse Marine geverfd en onderhouden. Zowel mijnenjagers, slepers als patrouillevaartuigen kunnen voor een kleine of meer intensieve onderhoudsbeurt in de scheepsloods terecht. De infraroodverwarming zorgt voor een constante temperatuur van veertien graden zodat technici in een warme omgeving en een optimale sfeer de nodige herstellingen kunnen uitvoeren. Bovendien is die temperatuur noodzakelijk wanneer er schepen met polyester hersteld of geverfd worden.

Naast de gebruikelijke noodherstellingen moet elk schip gemiddeld om de drie jaar een intensieve onderhoudsbeurt ondergaan. Daarbij worden de schepen volledig afgeschuurd, geverfd, de polyesterromp en het dek hersteld en de technische installaties onderhouden. Daarvoor zorgt een team van achttien man.

De belangrijkste persoon in de scheepsloods is de dokmeester: eerste meester-chef Pascal Depuydt. Hij heeft die functie sinds 1996 en op zijn conto staan meer dan 600 dokbeurten, wat hem dus een ervaren rot maakt in het dokken van schepen. Alvorens een schip te dokken of te ontdokken, is een van de hoofdtaken van zijn team om de doktreinen samen te stellen. Die mini-wagonnetjes van elk 45 ton vervoeren het schip van de scheepslift tot de loods. Dat gebeurt wel pas nadat de aangroei van fauna en flora op de scheepsromp eerst afgespoten werd.

De scheepslift kan schepen tot 1.400 ton op het droge hijsen en is uitgerust met tien mechanische lieren. Bij het dokken van een schip bekijkt een duiker in het water of de kiel van het vaartuig correct op de doktrein gevaren wordt. De dokmeester bekijkt op zijn beurt met een alidade (hoekmeter) of het schip goed gepositioneerd is. Zodra het schip op zijn juiste plaats ligt en niet meer dan één graad helt, hijsen de tien lieren de volledige lift tot aan het platform waarop het schip tot in de scheepsloods geduwd wordt.

De scheepsloods kan drie schepen binnen en één buiten verwelkomen, met een maximale lengte van 52 meter. De loods meet 68 op 55 meter en heeft een maximale hoogte van 37,5 meter. In totaal 130.900 m³, even groot als een doorsnee kathedraal.

Gezien de scheepslift sinds 1983 in gebruik is en onderhevig is aan corrosie van het zeewater werd het dringend tijd dat die enorme constructie een groot onderhoud kreeg. Het gevaarte van 285 ton zal volledig geschilderd worden met een speciale coating tegen corrosie. Bovendien zal het grote onderhoudswerken ondergaan, waaronder de vernieuwing van de tien lieren, vier kapstanders, de reductie en de elektrische motoren. In totaal is dat goed voor een investering van bijna één miljoen euro, echter meer dan noodzakelijk.

Het devies van de Marine is hier alvast gepast: Non multa sed multum. Niet de kwantiteit maar de kwaliteit telt.