-A A +A

Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Belgische teams trainen NAVO-mijnenjagers

Belgische teams trainen NAVO-mijnenjagers

 

Sinds vorige week zijn de twee teams van het Belgisch-Nederlandse trainingscentrum voor mijnenjagers (MOST) in actie. Ze gingen aan boord van de Nederlandse mijnenjager Zr.Ms. M863 Vlaardingen en de Duitse mijnenjager FGS M1058 Fulda.

De bemanningen van de Duitse mijnenjager Fulda en de Nederlandse mijnenjager Zr. Ms. Vlaardingen doorlopen op dit moment een intensieve training voor de Belgische kust. De Mine countermeasures vessels Operational Sea Training (MOST) bereidt hen gedurende twee weken voor op een deelname aan een NATO Response Force (NRF) of de Standing NATO Mine Countermeasures Group 1 (SNMCMG1)

Nederlandse en Belgische seariders (controleurs) van beide MOST-teams werkten minutieus het scenario voor de oefeningen uit. Zij planden van minuut tot minuut wat de bemanning van de Fulda en Vlaardingen te wachten stond. Tijdens de oefeningen hielden ze in de gaten hoe de matrozen de verschillende uitdagingen aangingen.

We scheepten in aan boord van de FGS Fulda om aan den lijve te ervaren hoe hun training verliep. Die begon dagelijks met een gedetailleerde briefing op basis van een road book. Naast de seariders scheepte ook het hoofd van de MOST, fregatkapitein Pascale Van Leeuwen, in om zich van het verloop van de tweede trainingsweek te vergewissen.

Voor het vertrek werden alle parameters getest. Eenmaal in nauwe vaarwaters begonnen de seariders met hun simulaties. De mijnenjager voer richting Wenduinebank waar na amper een half uur het eerste incident uitbrak: een brand in de machinekamer. Na de tussenkomst van de eerste en tweede aanvalsbrandploeg, ging het schip in een blackout: alle voortstuwing en elektriciteit aan boord viel weg. Na tussenkomst van de derde aanvalsploeg, was de brand min of meer onder controle.

Aangezien het schip stuurloos was, werd het anker uitgegooid. Vanuit het controlecentrum probeerde de technische dienst het schip opnieuw op te starten. Na acht minuten lukt het hen en kon het schip zijn weg verderzetten.

Enkele ogenblikken nadien viel het roer uit en werd het schip opnieuw stuurloos. Binnen de twee minuten bedienden een viertal matrozen al beide noodroeren. Geen gemakkelijke klus als je weet dat ze rechtstreeks en zonder hydraulisch systeem moeten sturen, zoals destijds op de grote windjammers.

Na een snelle hap kreeg de bemanning een aanval met aanvalsbootjes voor de kiezen. Hier moest het Combat and Information Center (CIC) actie ondernemen en het schip in een bepaald patroon laten laveren om de aanval te ontwijken. Bovendien werden de boordwapens geactiveerd. Naast de klassieke Mi.50-mitrailleur beschikt de mijnenjager ook over een aantal MG's en een automatische mitrailleur Remote Oto Melara 27 mm, die ze vanuit het CIC kunnen bedienen. De kanonnier kan het kanon met een joystick bewegen en vuren. Hij beschikt over een erg precieze optische camera en infraroodcamera: twee doeltreffende onderdelen voor de bescherming van het schip.

Na een vruchtbare dag zette het schip koers naar Zeebrugge. Alvorens het 'scheur' in te varen, lieten ze de Seafox-onderwaterdrone te water om naar mijnen te speuren. Bij de detectie van een mijn komen de boordduikers in actie om ter plaatse naar de mijn te duiken. Alles werd in gereedheid gebracht voor de duik maar wegens een sterke stroming kregen de duikers een no go om te duiken. Na een cunning run kwam een duiker zogezegd te snel naar de oppervlakte en werd hij meteen geëvacueerd naar de hyperbare tank aan boord, zoals op elke Duitse mijnenjager. Bij het binnenvaren van Zeebrugge via het scheurpas kreeg het brugpersoneel te horen dat het potdikke mist was en moesten ze blindelings op instrumenten Zeebrugge aandoen.

Het was dus een drukke oefendag voor de bemanning van de Fulda. Naast de controleurs van de MOST, had het schip twee Duitse inspecteurs aan boord, waaronder de commandant van hun trainingscentrum. De Duitse marine heeft een gelijkaardig MCM-trainingscentrum in Kiel, aan de Baltische Zee. Daar testen ze hun veertien mijnenjachtplatformen op hun kennis. Eenmaal geslaagd kunnen ze bij de MOST een twee weken durende training volgen voor het felbegeerde NAVO-certificaat dat hen toelaat om aan een NAVO-eskader deel te nemen.

De dag eindigde met een stralende lentezon. Gelukkig allemaal simulaties, maar in real time. Tijdens de trainingsweken bewees de bemanning haar kennis en ondernam vooral snel actie bij de verschillende calamiteiten.

De MOST werd opgericht in 1990. Het is een trainings- en evaluatiecentrum voor voornamelijk Belgische en Nederlandse schepen, ook toegankelijk voor schepen van de NAVO en andere marines. De organisatie maakte eerst deel uit van de school voor mijnenbestrijding op zee in Oostende. In 2002 werd ze verplaatst naar de Marinebasis van Zeebrugge, waar ze nog steeds gevestigd is.

De hoofdtaak van de MOST is om mijnenbestrijdingsvaartuigen klaar te stomen voor ontmijningsopdrachten. Om de schepen op hun missies voor te bereiden, krijgen ze gedurende twee tot drie weken een doorgedreven training en evaluatie van de MOST-evaluatoren. Het MOST-team kan buigen op 30 jaar ervaring en legt de nadruk vooral op integratie en standaardisatie met de NAVO-partners.